Auteur(s): André Mares, Paul Metzemakers
De Nederlandse economie in 2024

8. Conjunctuurbeeld

Het CBS bepaalt het conjunctuurbeeld aan de hand van de Conjunctuurklokindicator. Dit is het ongewogen gemiddelde van twaalf indicatoren (exclusief het bbp) in de Conjunctuurklok van het CBS. Hierin zitten onder andere enkele vertrouwensindicatoren, bestedingscategorieën en indicatoren over de arbeidsmarkt. De Conjunctuurklokindicator wordt elke maand aangevuld en bijgesteld met de nieuwste informatie. 

Door de coronacrisis in 2020 raakte Nederland in een diepe laagconjunctuur. Al vrij snel veerde de Nederlandse economie op en in augustus 2021 was het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklokindicator van het CBS weer positief. De inval van Rusland in Oekraïne in februari 2022 leverde opnieuw verstoringen in de economie op, waardoor het beeld vanaf medio 2022 onafgebroken verslechterde. Sinds oktober 2024 lijkt de conjunctuur langzaam te verbeteren, maar het beeld is nog negatief. 

Het negatieve conjunctuurbeeld lijkt in tegenstelling te zijn met het aantrekken van het bbp sinds het tweede kwartaal van 2024. Het bbp lag in het vierde kwartaal van 2024 echter ook nog onder de langetermijntrend. Met andere woorden, de economie presteerde redelijk, maar minder goed dan de trend. Het verschil van het bbp met de langetermijntrend is in de laatste drie kwartalen wel kleiner geworden.

Figuur 8.1 Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de indicatoren, excl. bbp, in de Conjunctuurklok)
jaarmaandcyclus (afwijking van de langetermijntrend (=0))
20190,43
20190,39
20190,34
20190,3
20190,24
20190,18
20190,14
20190,07
20190,02
20190
2019-0,06
2019-0,09
2020-0,11
2020-0,16
2020-0,21
2020-0,22
2020-0,26
2020-0,3
2020-0,3
2020-0,33
2020-0,36
2020-0,34
2020-0,32
2020-0,3
2021-0,23
2021-0,12
2021-0,06
20210,03
20210,18
20210,27
20210,35
20210,49
20210,55
20210,58
20210,66
20210,68
20220,67
20220,71
20220,71
20220,7
20220,75
20220,77
20220,76
20220,79
20220,79
20220,75
20220,72
20220,68
20230,64
20230,56
20230,52
20230,46
20230,32
20230,23
20230,12
2023-0,05
2023-0,16
2023-0,25
2023-0,39
2023-0,46
2024-0,51
2024-0,59
2024-0,62
2024-0,63
2024-0,69
2024-0,7
2024-0,7
2024-0,74
2024-0,72
2024-0,68
2024-0,68
2024-0,66
2025-0,63
2025-0,66

Het herstel van het consumentenvertrouwen sinds november 2022 sloeg in de laatste maanden van 2024 om in een neergaande lijn. Het consumentenvertrouwen zakte in de eerste maanden van 2025 verder weg. In maart 2025 lag het consumentenvertrouwen op het laagste niveau na oktober 2023. 

Het pessimisme onder consumenten houdt al lang aan. Sinds augustus 2019 is het consumentenvertrouwen 67 maanden onafgebroken negatief. Zo’n lange periode met een negatief vertrouwen is sinds de start van de statistiek in april 1986 niet eerder voorgekomen. De op een na langste periode duurde 48 maanden, van april 2002 tot april 2006.
 
De lonen stijgen sinds het vierde kwartaal van 2023 sneller dan de prijzen, de arbeidsmarkt is krap, de werkloosheid historisch laag, de huizenprijzen stijgen en de economie is in 2024 weer gaan groeien. Op de achtergrond spelen echter onzekere geopolitieke omstandigheden en de nog steeds relatief hoge inflatie.

Figuur 8.2 Consumentenvertrouwen, seizoengecorrigeerd
jaarmaandsaldo (gemiddelde van de deelvragen)
20191
2019-2
2019-3
2019-3
2019-3
2019-1
20191
2019-1
2019-2
2019-1
2019-2
2019-2
2020-2
2020-2
2020-3
2020-23
2020-31
2020-27
2020-26
2020-29
2020-28
2020-30
2020-26
2020-19
2021-19
2021-19
2021-18
2021-14
2021-9
2021-3
2021-4
2021-6
2021-5
2021-10
2021-20
2021-26
2022-28
2022-30
2022-39
2022-48
2022-47
2022-50
2022-51
2022-54
2022-59
2022-59
2022-56
2022-52
2023-49
2023-44
2023-39
2023-37
2023-38
2023-39
2023-39
2023-40
2023-39
2023-38
2023-33
2023-29
2024-28
2024-26
2024-22
2024-21
2024-22
2024-23
2024-24
2024-24
2024-21
2024-22
2024-25
2024-26
2025-28
2025-32
2025-34

Het producentenvertrouwen liet de afgelopen jaren een ander beeld zien dan het consumentenvertrouwen. Net als het consumentenvertrouwen begon het producentenvertrouwen eind 2021 weer te dalen. De industriële ondernemers bleven, in tegenstelling tot de consumenten, in 2022 nog wel per saldo positief. Het producentenvertrouwen bleef echter in 2023 dalen, terwijl het consumentenvertrouwen toen steeg. In 2024 was het beeld ook tegengesteld. Het producentenvertrouwen verbeterde gestaag, terwijl het consumentenvertrouwen in de laatste maanden van 2024 wegzakte.

Figuur 8.3 Producentenvertrouwen industrie (seizoengecorrigeerd)
jaarmaandsaldo (gemiddelde van de deelvragen)
20193
20193,4
20193,3
20193,8
20192,2
20190,2
20191,1
20191,6
20191,2
20191,3
20190,3
2019-0,2
2020-0,1
20201
2020-2,6
2020-31,5
2020-28,1
2020-18,7
2020-11,8
2020-7,8
2020-7
2020-7,7
2020-6,4
2020-3,2
2021-1,8
2021-2,6
20210,6
20213,6
20215,6
20217,8
20219,2
20217,1
20219,1
202110,4
202110,1
20217,3
20226,5
20225,8
20225,7
20227,2
20225,8
20224,2
20225,3
20222,4
20221,2
20220,9
20221,1
20221
20231,1
20230,9
20230,9
2023-0,3
2023-1,7
2023-2,7
2023-2,7
2023-4,6
2023-3,9
2023-3,7
2023-2,6
2023-5,7
2024-4,4
2024-4,2
2024-4,8
2024-3,6
2024-2,8
2024-2,4
2024-2,7
2024-1,9
2024-1,7
2024-3,2
2024-1,8
2024-1,6
2025-1,6
2025-1,2