5. Conclusie
De industrie heeft de laatste jaren te maken gehad met een aantal tegenslagen. De coronaperiode werd relatief goed doorstaan, maar vanaf eind 2021 werd een aantal branches binnen de industrie zwaar geraakt door de gestegen energieprijzen. De energie-intensieve chemie en de metaalindustrie verhoogden eerst hun afzetprijzen sterk, om daarna hun productie (en winst) naar beneden bij te stellen.
De gestegen energieprijzen hadden meer invloed op de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie dan op de concurrentiepositie van andere landen. De Nederlandse industrie is namelijk relatief gevoelig voor de stijging van de gasprijzen ten opzichte van veel andere landen. Toch daalde de toegevoegde waarde van de gehele industrie pas vanaf halverwege 2023, toen de energieprijzen weliswaar nog steeds hoog waren, maar al lang niet meer zo hoog als een jaar eerder.
Eind 2022 daalde de in- en uitvoer van de EU-handelspartners. De Nederlandse industrie is goed voor ruim 80 procent van de Nederlandse uitvoer, waardoor de impact van deze daling op de Nederlandse industrie groot was. Dit is ook terug te zien in de voornaamste belemmeringen waar ondernemers in de industrie aangeven last van te hebben: vanaf halverwege 2022 tot eind 2023 steeg het aandeel ondernemers dat vraaguitval als belangrijkste belemmering zag tot ruim 25 procent. Dit aandeel bleef ook in 2024 hoog.
Mogelijk met de personeelstekorten van 2022 nog in het achterhoofd werden de productie en de bezettingsgraad teruggeschroefd, maar bleven de meeste mensen in 2023 en 2024 in dienst. Het aantal gewerkte uren in de industrie steeg zelfs door, waardoor de arbeidsproductiviteit van de industrie daalde.
In 2024 leek de internationale handel van EU-lidstaten weer wat te herstellen. Ook nam de toegevoegde waarde van de Nederlandse industrie twee kwartalen op rij toe. Opvallend genoeg daalde (na een aanvankelijk herstel in de eerste helft van 2024) het oordeel van ondernemers in de industrie over de eigen concurrentiepositie richting het einde van het jaar juist naar een nieuw dieptepunt.
Het huidige beeld van de industrie is hiermee niet eenduidig; er zijn branches, zoals de machine-industrie, die minder last hebben gehad van gestegen energieprijzen of vraaguitval en waar het gebrek aan materiaal en het gebrek aan personeel de grootste belemmeringen zijn voor het draaien van nog meer productie. In andere branches, zoals de chemie, is het beeld een stuk negatiever, zowel over de concurrentiepositie als over de omzetverwachtingen. Gemiddeld genomen is het producentenvertrouwen eind 2024 nog steeds negatief.
De industrieële ondernemers waren eind 2024 wel optimistischer gestemd over 2025. De verwachting is dat de omzet (en buitenlandse omzet) zullen groeien. Daarnaast zijn producenten ook positiever gestemd over de verwachte personeelssterkte en investeringen. In verschillende branches is het beeld voor de investeringen minder rooskleurig, en zijn producenten juist per saldo negatiever gestemd over 2025 dan 2024.