De gebruikswaarde van natuur in Nederland

3. Ecosysteemdiensten

3.1 Wat zijn ecosysteemdiensten en hoe kunnen ze monetair gewaardeerd worden?

Ecosysteemdiensten zijn de bijdragen van de natuurlijke leefomgeving aan economische en andere menselijke activiteiten, en de voordelen die dat oplevert (UN et al., 2021). Ecosysteemdiensten kunnen worden uitgedrukt in fysieke hoeveelheden, bijvoorbeeld m3 hout, kiloton CO2, of het aantal uren wandelen in de natuur, maar ook in monetaire eenheden (euro’s). 

Er worden drie verschillende typen ecosysteemdiensten onderscheiden: 

  1. Producerende ecosysteemdiensten zijn de directe materiële voordelen die mensen verkrijgen uit ecosystemen. Voorbeelden zijn voedselproductie, houtwinning en visvangst.
  2. Regulerende ecosysteemdiensten zijn de bijdragen van ecosystemen aan de regulatie van het klimaat, water- en biogeochemische kringlopen. Voorbeelden zijn natuurlijke waterzuivering door de bodem, luchtfiltratie door vegetatie, globale klimaatregulatie (koolstofvastlegging en koolstofopslag in biomassa), bestuiving door bijen en hommels, kustbescherming door de duinen en lokale klimaatregulatie (vermindering van hitte-eilanden) door groen in steden. 
  3. Culturele ecosysteemdiensten dragen bij aan persoonlijk welzijn en culturele identiteit. Ze bieden zowel tastbare als ontastbare waarde door middel van recreatie, esthetisch genot (zoals een gelukservaring door een mooie zonsondergang of een mooi landschap) en culturele verrijking. Voorbeelden zijn recreatie en toerisme in de natuur en groene leefbaarheid (i.e. het bieden van een aantrekkelijke woonomgeving door natuur in de buurt, hetgeen tot uitdrukking komt in de huizenprijzen).

Het SEEA EA biedt internationaal afgestemde statistische richtlijnen voor het monetair waarderen van ecosysteemdiensten. Volgens deze methodiek worden ecosysteemdiensten gewaardeerd volgens het ‘exchange values’ (gebruikswaarde) concept (UN et al., 2021). ‘Exchange values’ zijn de monetaire waarden waartegen goederen, diensten, arbeid of activa worden uitgewisseld, of waartegen ze voor geld zouden kunnen worden ingewisseld. Dit is hetzelfde concept waarmee in de nationale rekeningen alle transacties binnen de economie worden gewaardeerd. Door de toepassing van dit waardebegrip kunnen de monetaire waarden voor ecosysteemdiensten in principe direct worden vergeleken met economische statistieken. Het idee is: in de economie betaal je bij aankoop de producent van het product de marktwaarde. De natuur produceert ook diensten voor ons, maar we kunnen de natuur daar niet voor betalen. Stel dat dat wel zou kunnen, wat zou dan de geldende marktwaarde zijn? Omdat ecosysteemdiensten vaak geen directe marktwaarde hebben, is de uitdaging bij monetaire waardering het doen van aannames alsof er wél een markt voor bestaat.

Er zijn verschillende methoden om ecosysteemdiensten monetair te waarderen. De eerste is het toepassen van marktprijzen die de prijs van een ecosysteemdienst goed benaderen. Een voorbeeld zijn de pachtprijzen voor landbouwgrond voor de ecosysteemdienst voorziening voedsel en sierteeltgewassen. Als de directe marktprijsmethode niet gebruikt kan worden, moet een meer indirecte methode worden toegepast. Een voorbeeld is het hedonisch prijsmodel, waarmee de additionele waarde van huizenprijzen als gevolg van de nabijheid van een groen kan worden bepaald (ecosysteemdienst groene leefbaarheid). Een ander voorbeeld is de vervangingskostenmethode (replacement cost method). Hierbij wordt de waarde berekend op basis van de kosten die gemaakt zouden worden als een ecosysteemdienst wordt vervangen door kunstmatige (door de mens gemaakte) technologie. Bijvoorbeeld de kosten om een natuurlijk duinenrij te vervangen door een door de mens aangelegde duinenrij (ecosysteemdienst kustbescherming). Het SEEA EA (hoofdstuk 9) en diverse handboeken (o.a. NCAVES en MAIA, 2022) bieden een overzicht van de verschillende beschikbare methoden en geven ook richtlijnen welke methode het beste past voor een bepaalde ecosysteemdienst.

De Natuurlijk kapitaalrekeningen van Nederland beschrijven veertien ecosysteemdiensten, waarvan 13 in fysieke termen en 12 in monetaire termen: 

3.1.1 Overzicht van de ecosysteemdiensten in Nederland
FysiekMonetair
Producerende ecosysteemdienstenVoorziening voedsel en
sierteeltgewassen
XX
Producerende ecosysteemdienstenVoorziening veevoedergewassenXX
Producerende ecosysteemdienstenHoutvoorzieningXX
Regulerende ecosysteemdienstenWaterzuiveringXX
Regulerende ecosysteemdienstenLuchtfiltratieXX
Regulerende ecosysteemdienstenKoolstofvastleggingXX
Regulerende ecosysteemdienstenKoolstofopslagXX
Regulerende ecosysteemdienstenBestuivingXX
Regulerende ecosysteemdienstenRegenwaterregulatieX
Regulerende ecosysteemdienstenKustbeschermingXX
Regulerende ecosysteemdienstenLokale klimaatregulatie
(voorkomen hitte eilanden)
X
Culturele ecosysteemdienstenNatuurrecreatieXX
Culturele ecosysteemdienstenNatuurtoerismeXX
Culturele ecosysteemdienstenGroene leefomgeving X

Op basis van de richtlijnen van het SEEA EA en databeschikbaarheid zijn voor elke ecosysteemdienst de meest geschikte methoden geselecteerd voor de monetaire waardering (Schenau et al, 2023). De gedetailleerde methodebeschrijving voor de fysieke beschrijving en de monetaire waardering van de verschillende ecosysteemdiensten staan beschreven in de technische toelichting van de Natuurlijk kapitaalrekeningen (CBS en WUR, 2024). De methoden die worden toegepast zijn nog in ontwikkeling. Het afgelopen jaar zijn verschillende verbeteringen doorgevoerd, waardoor de cijfers afwijken van eerdere publicaties over dit onderwerp (e.g. CBS en WUR, 2020). 

De waarde van ecosysteemdiensten zoals het CBS deze berekent, is het punt waar vraag en aanbod samen komen: het daadwerkelijke gebruik. Duurzaam gebruik, potentieel aanbod (capaciteit) of een hogere vraag dan aanbod zie je daarom niet terug in dit rekeningstelsel. 

Een belangrijke indicator die uit de Natuurlijk kapitaalrekeningen kan worden afgeleid is het Gross Ecosystem Product (GEP) (UN 2021; CBS, 2024a). Deze indicator is de optelsom van alle finale ecosysteemdiensten in monetaire termen die binnen een bepaald gebied worden geleverd en gebruikt door de samenleving. De GEP is dus een maatstaf voor de totale bijdrage van de natuur aan de economie en samenleving in een bepaald gebied/land. Het GEP kan worden vergeleken met het Bruto Binnenlands Product (bbp), in die zin dat het GEP ook een maat is voor de hoeveelheid ecologische goederen en diensten die worden geproduceerd.

3.2 De gebruikswaarde van ecosysteemdiensten in Nederland

Waarde ecosysteemdiensten gestegen naar 15 miljard euro

De sociaal-economische gebruikswaarde van diensten (Gross Ecosystem Product; GEP) die zijn geleverd door ecosystemen in Nederland, bedroeg 15,1 miljard euro in 20223). Culturele ecosysteemdiensten droegen het meest bij aan de totale waarde, gevolgd door regulerende en producerende ecosysteemdiensten. 

Tussen 2013 en 2022 is de GEP gestegen met 50 procent4). Dit betekent dat de baten van ecosystemen voor onze maatschappij sterk zijn toegenomen, en dat daarmee de natuurlijke leefomgeving waardevoller is geworden. Deze toename is vooral te danken aan een toename van de waarde van culturele ecosysteemdiensten, die in deze periode met 61 procent is gestegen. Ook de waarden van producerende en regulerende ecosysteemdiensten zijn gestegen, maar minder sterk, namelijk met respectievelijk 11 procent en 33 procent. In 2020 daalde de GEP ten opzichte van een jaar eerder naar 12,3 miljard euro. Dit kwam met name doordat toerisme in de natuur afnam als gevolg van de maatregelen rondom de coronapandemie. In 2021 herstelde de GEP zich door een sterke toename van de recreatie-activiteiten (waaronder wandelen) in de natuur.

3.2.1 Gebruikswaarden ecosysteemdiensten (werkelijke prijzen)
 Producerende diensten (miljoen euro)Regulerende diensten (miljoen euro)Culturele diensten (miljoen euro)
2013114519696963
2014115020027081
2015134520977034
2016152521727375
2017136222828066
2018113723588854
2019125823609042
2020120324518639
20211249250111519
20221276261411216
 

De gestegen totale gebruikswaarde van ecosysteemdiensten had verschillende oorzaken5). Een belangrijk deel van de toename was louter het gevolg van een stijging van de prijzen voor ecosysteemdiensten. Dit prijseffect weerspiegelt onder andere een toegenomen bereidheid om (meer) te betalen voor ecosysteemdiensten, bijvoorbeeld hogere uitgaven aan recreatieactiviteiten in de natuur. Daarnaast werd de toename veroorzaakt door de grotere vraag naar ecosysteemdiensten. Hier speelden vooral de grotere vraag naar recreatie en wonen in een groene omgeving een rol. De achteruitgang van de milieukwaliteit van ecosystemen had waarschijnlijk een negatief effect op de waardeontwikkeling, maar de precieze omvang van dit effect is op dit moment nog niet goed te bepalen (CBS, 2024b). 

Natuurrecreatie en natuurtoerisme leveren de hoogste waarde

In de Natuurlijk kapitaalrekeningen zijn drie producerende diensten opgenomen: de voorziening in voedsel en siergewassen, de voorziening in veevoedergewassen (waaronder gras) en de houtvoorziening. In totaal was de waarde van deze drie diensten 1276 miljoen euro in 2022. Nederland kent substantiële landbouwactiviteiten die plaatsvinden op akkerland en grasland. Ecosystemen leveren een belangrijke bijdrage aan deze activiteiten in de vorm van bodemvruchtbaarheid, bodemwater, en bodemstructuur. De waarde van de bijdrage aan de landbouwproductie, gebaseerd op pachtprijzen, bedraagt 590 miljoen euro voor voedselproductie en 587 miljoen euro voor gras- en veevoederproductie. Houtvoorziening, met name door bossen, heeft een bijdrage van 99 miljoen euro.

Figuur 3.2.2 Bijdrage van de verschillende ecosysteemdiensten, 2022
DienstValue
Voorziening voedsel- en sierteeltgewassen590
Voorziening veevoedergewassen587
Houtvoorziening99
Koolstof vastlegging en opslag1683
Overige regulerende diensten931
Natuurrecreatie4084
Natuurtoerisme4960
Groene leefomgeving2173

De bijdrage van regulerende diensten bedroeg in 2022 in totaal 2614 miljoen euro. Koolstofvastlegging en koolstofopslag droegen met 1683 miljoen euro het meest bij. Dit is de waarde die de natuur bijdraagt door koolstof uit de atmosfeer vast te leggen in bomen en andere vegetatie, maar ook door het op te slaan in vegetatie en bodem om daarmee te voorkomen dat het weer in de atmosfeer terechtkomt. Andere regulerende diensten die hier zijn opgenomen zijn waterzuivering, luchtfiltratie door vegetatie, bestuiving en kustbescherming.

Culturele diensten leverden met 11,2 miljard euro veruit de grootste bijdrage in 2022. Voor Nederland leveren natuurrecreatie en natuurtoerisme de hoogste sociaal-economische gebruikswaarden. De natuur draagt bij aan ons welzijn door het creëren van een aantrekkelijke natuurlijke omgeving voor recreatie. De waarde van deze ecosysteemdiensten is geraamd op basis van wat mensen daadwerkelijk uitgeven om te kunnen verblijven, recreëren en genieten van de natuurlijke omgeving. Er is een grote vraag naar recreatie en toerisme in natuurgebieden, en die vraag is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De daarmee samenhangende uitgaven leveren een belangrijke bijdrage aan onze economie, maar deze diensten leveren ook allerlei sociale en culturele baten op, waaronder gezondheidsvoordelen.

Natuurgerelateerde recreatie-activiteiten die van belang zijn, zijn onder meer wandelen (1658 miljoen euro), fietsen (326 miljoen euro) en buitensporten (624 miljoen euro). Daarnaast draagt de natuur 4960 miljoen euro bij door het bieden van mogelijkheden voor toerisme, dat wil zeggen activiteiten in natuurgebieden waarin minimaal één overnachting zit. Hiervan profiteren niet alleen Nederlandse inwoners die op vakantie gaan in eigen land, maar ook buitenlandse toeristen die Nederland bezoeken. 

Ten slotte biedt een groene leefomgeving verschillende voordelen die verband houden met het wonen in de buurt van de natuur, waaronder recreatie in de nabije woonomgeving, uitzicht op groen en lagere niveaus van lucht- en geluidsvervuiling. Deze ecosysteemdienst bedroeg 2173 miljoen euro in 2022. Dit is 4 procent van de totale uitgaven voor het gebruik van een eigen woning zoals geregistreerd in de nationale rekeningen.

Bossen leveren de hoogste gebruikswaarde aan ecosysteemdiensten 

De waarde van ecosysteemdiensten kan worden toegedeeld aan ecosysteemtypes. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt welke baten de verschillende types leveren aan de samenleving. Bossen leveren de hoogste waarden aan ecosysteemdiensten (4,7 miljard euro), gevolgd door grasland (3,0 miljard euro), duinen en kustgebieden (1,6 miljard euro). Bebouwde gebieden en heidevelden leveren de laagste totale waarden op. Interessanter zijn de verschillen in waarden per hectare. Hier zien we relatief hoge waarden per ha voor alle (semi)natuurlijke ecosysteemtypen (met de hoogste waarde voor duinen en kustgebieden), maar ook voor heide en stedelijk groen. Agrarische ecosysteemtypen en bebouwd gebied hebben lagere waarden per hectare.

Figuur 3.2.3 Gebruikswaarde ecosysteemtypes per oppervlakte, 2022
EcosysteemtypeWaarde/H (1000 euro / ha)
Bebouwde omgeving0,6
Stedelijk groen en recreatie8,0
Akker- en tuinbouwgebieden1,5
Grasland3,1
Bosgebieden13,4
Heide- en stuifzand13,8
Moeras- en veengebieden9,6
Duin- en kustgebieden32,1
Riveren en kanalen7,0
Meren en reservoirs2,8

Deze gegevens laten zien dat bossen voor Nederland de meeste sociaal-economische baten opleveren, gevolgd door grasland, duinen en kustgebieden. Bossen dragen sterk bij aan diverse ecosysteemdiensten, zoals natuurrecreatie, natuurtoerisme en koolstofopslag. Daarnaast is de omvang van bossen (als ecosysteemtype) groter dan die van de andere (semi)natuurlijke ecosysteemtypen. Duinen en kustgebieden dragen veel bij aan natuurrecreatie en toerisme en kustbescherming, waardoor ze een hoge waarde per hectare hebben. Door hun relatief kleine omvang is de totale waarde echter lager dan die van bossen.

Grasland levert ook aanzienlijke sociaal-economische baten op. De bijdrage per hectare is echter veel lager, vergeleken met (semi)natuurlijke ecosysteemtypen. De grote bijdrage van agrarische ecosysteemtypen is gerelateerd aan hun relatief grote omvang. Ze leveren vooral producerende, maar veel minder culturele diensten. Dit leidt tot een aanzienlijke totale monetaire waarde, maar tegelijkertijd tot lage waarden per hectare. Stedelijk groene gebieden, zoals parken en plantsoenen, bevinden zich in of nabij dichtbevolkte gebieden en bieden veel recreatie, groene leefbaarheid en filteren fijnstof, wat resulteert in hoge waarden per hectare.

3.3 Verschillen tussen provincies

Ecosystemen in Noord-Holland en Gelderland genereren de meeste gebruikswaarde

De totale sociaal-economische gebruikswaarden van de geleverde ecosysteemdiensten zijn ook berekend voor de verschillende provincies. De waarden zijn het hoogst voor de provincies Noord-Holland (2,6 miljard euro), Gelderland (2,2 miljard euro), Noord-Brabant (1,6 miljard euro) en Zuid-Holland (1,2 miljard euro). In deze provincies draagt de natuur (relatief) meer bij aan ons welzijn en onze economische ontwikkeling. Dit zijn allemaal relatief grote provincies wat betreft hun oppervlakte en bevolkingsaantallen. Hierdoor is er een grotere vraag naar ecosysteemdiensten, met name wat betreft natuurrecreatie en een groene leefomgeving. Daarnaast zijn Noord- en Zuid-Holland kustprovincies met duinen en stranden die naast kustbescherming ook veel strandrecreatie en -toerisme bieden, ook voor bezoekers uit andere provincies en het buitenland. Gelderland en Noord-Brabant hebben relatief veel bossen, die niet alleen culturele diensten bieden, maar ook koolstofvastlegging en -opslag. De waarden zijn het laagst in de provincies Flevoland en Groningen.

De waarden zijn ook berekend per hectare. Voor sommige provincies, zoals Utrecht en Limburg, zijn er relatief hoge waarden per hectare terwijl ze door een kleiner oppervlak lage tot gemiddelde totaalwaarden hebben. Deze provincies kennen relatief meer (semi)natuurlijke gebieden die ecosysteemdiensten leveren waardoor de waarden per hectare hoger zijn. Provincies als Groningen en Flevoland zijn overwegend agrarisch, hebben minder terrestrische natuurgebieden en kennen een lagere bevolkingsdichtheid, wat factoren zijn die de waarde van ecosysteemdiensten lager houden.

3.3.1 Gebruikswaarde ecosysteemdiensten per oppervlakte, 2022
ProvincieWaarde (1000 euro / ha)
Groningen437
Fryslan1265,6
Drenthe799,6
Overijssel1110,1
Flevoland439
Gelderland2175
Utrecht1203,9
Noord-Holland2560,3
Zuid-Holland1247,4
Zeeland884,5
Noord-Brabant1564,3
Limburg1225,3

3.4 Gebruikers van ecosysteemdiensten

Huishoudens profiteren het meest van een gezonde natuur

Ecosysteemdiensten worden gebruikt door verschillende sectoren van onze economie en maatschappij: bedrijven, huishoudens, de overheid en niet-ingezetenen (met name toeristen die ons land bezoeken). De producerende diensten worden voornamelijk gebruikt door de land- en bosbouwsector. De regulerende diensten worden gebruikt door zowel bedrijven (waterzuivering, bestuiving), huishoudens (luchtfiltratie) als de overheid (klimaatregulatie en kustbescherming). Bij deze laatste twee ecosysteemdiensten wordt de overheid beschouwd als gebruiker namens de samenleving als geheel. De culturele diensten worden gebruikt door huishoudens en toeristen die ons land bezoeken (export). Doordat de drie culturele diensten qua monetaire waarde de bulk van alle diensten vertegenwoordigen, zijn huishoudens met 67 procent de belangrijkste gebruikers van ecosysteemdiensten, gevolgd door bedrijven en de overheid (elk 12 procent). 

Figuur 3.4.1 Totale baten ecosysteemdiensten naar gebruiker, 2022
GroepData (miljoen euro)
Niet ingezetenen1300
Overheid1861
Huishoudens10084
Bedrijven1862

Voor Nederland zijn huishoudens daarmee veruit de belangrijkste begunstigden van ecosysteemdiensten. Indirect profiteren ze ook van bepaalde andere ecosysteemdiensten zoals mondiale klimaatregulering (afvang van CO2), waar de overheid optreedt als collectieve gebruiker. Huishoudens hebben dus het meeste baat bij het in stand houden van een gezonde natuurlijke omgeving als leverancier van ecosysteemdiensten. Op dezelfde manier zijn zij ook het meest afhankelijk van ecosysteemdiensten en worden zij het meest getroffen als het aanbod van diensten afneemt. Bedrijven zijn meer indirect afhankelijk van ecosysteemdiensten, ofwel via de import van goederen en diensten ofwel via de meer regulerende ecosysteemdiensten zoals kustbescherming en lokale en mondiale klimaatregulatie.

3.5 Waarde ecosysteemdiensten in economisch perspectief 

De gebruikswaarden van ecosysteemdiensten kunnen in principe vergeleken worden met allerlei macro-economische variabelen, zoals de productie en toegevoegde waarde van bedrijfstakken of het bbp. Hiermee kan de bijdrage van de natuur in breder perspectief worden geplaatst.

De natuur kan worden beschouwd als een grote, op zichzelf staande economische sector 

De jaarlijkse bijdrage van ecosystemen (15,1 miljard euro in 2022) is hoger of vergelijkbaar met de bruto toegevoegde waarde van verschillende economische sectoren. De waarde is bijvoorbeeld hoger dan die van de horeca, chemisch industrie of architecten en ingenieursbureaus, en vergelijkbaar met de landbouwsector. De natuur kan dus gezien worden als een aanzienlijke ‘productiesector’, die een belangrijke bijdrage levert aan onze economie. Bij deze vergelijking moeten wel enkele belangrijke kanttekeningen worden geplaatst. Net zoals bepaalde relatief kleine economische sectoren, zoals water- en energiebedrijven, een essentiële rol spelen binnen de economie, zo vervult de natuurlijke leefomgeving een onmisbare functie voor onze maatschappij en het leven op aarde. Monetaire waarden zijn niet alleszeggend voor het maatschappelijk belang en deze vergelijking kan dus niet worden gebruikt om te bepalen welke sector belangrijker is dan de andere. Daarnaast is het belangrijk om te beseffen dat de totale gebruikswaarde van de natuurlijke leefomgeving waarschijnlijk te laag is ingeschat, omdat nog niet alle relevante ecosysteemdiensten worden berekend.

Figuur 3.5.1 Toegevoegde waarde bedrijfstakken, ecosystemen, 2022
Tak2022 (miljoen euro)
Machine-industrie19308
Landbouw15770
Ecosystemen (Natuurlijk kapitaal)15086
Architecten-, ingenieursbureaus e.d.12413
Basismetaal, metaalprod.-industrie11898
Eet- en drinkgelegenheden11299
Cultuur, sport en recreatie9371
Farmaceutische industrie8547
Chemische industrie7890

GEP neemt minder snel toe dan het bbp

De ontwikkeling van de GEP kan worden vergeleken met die van het bbp. De GEP is hiervoor omgerekend in constante prijzen, aangezien veranderingen in het bbp gewoonlijk ook in constante prijzen worden gepresenteerd (economische groei). Constante prijzen zijn prijzen waarin de inflatie achterwege is gelaten en waarmee dus een goede trendanalyse door de tijd gemaakt kan worden. Tussen 2013 en 2022 is de GEP in constante prijzen voor Nederland met 9,2 procent gestegen, terwijl het bbp in dezelfde periode met 22,6 procent is toegenomen. In het eerste coronajaar (2020) namen zowel het bbp als de GEP af. In 2021 namen zowel het bbp en de GEP sterk toe. In 2022 zien we echter een sterke groei van het bbp, maar een afname van de GEP. Die daling komt met name door een afname van recreatie in de natuur. 

Figuur 3.5.2 Ontwikkeling BBP en GEP, constante prijzen
YearBBP (index 2013 = 100)GEP (index 2013 = 100)
2013100100
2014101,6102,8
2015103,8100,2
2016106,3102,3
2017109,2107,6
2018111,7108,4
2019114,3108,1
2020109,9105,0
2021116,8112,9
2022122,6109,2

Het bbp is een maatstaf voor de omvang van de economie, gemeten aan de hoeveelheid geproduceerde en gebruikte goederen en diensten. Een verandering van het bbp in de tijd (in constante prijzen) geeft dus aan of de omvang van de economie is toegenomen of afgenomen (economische groei of krimp). Op dezelfde manier is de GEP een maatstaf voor de omvang van ons natuurgebruik, in de vorm van de hoeveelheid ecosysteemdiensten die de natuur heeft geproduceerd en die onze samenleving heeft gebruikt. Het verschil in stijging of daling tussen het bbp en de GEP geeft dus aan of de productiviteit van de natuur is toegenomen of afgenomen ten opzichte van de productiviteit van de economie. De grafiek laat zien dat de productiviteit van beide toenam, en dat de waarde van de finale vraag naar ‘economische’ goederen en diensten sneller toeneemt in vergelijking met ecosysteemdiensten.

Baten natuur veel hoger dan uitgaven voor natuurbeheer

De gebruikswaarden van ecosysteemdiensten kunnen worden vergeleken met de totale uitgaven voor natuur- en biodiversiteitsbeheer. Deze vergelijking is een soort van kosten-batenanalyse, omdat de waarde van ecosysteemdiensten de baten uit de natuur weergeeft en de milieu-uitgaven de kosten die de samenleving maakt voor het beheer en behoud van de natuur. De uitgaven zijn verkregen uit de milieukostenrekeningen van het CBS. Deze uitgaven omvatten de kosten voor beheer en onderhoud van beschermde gebieden en andere natuurgebieden door overheid en non-profitorganisaties, de aankoop van grond om nieuwe natuurgebieden in te richten, maar ook uitgaven van boeren voor het behoud van de biodiversiteit op hun land6). In 2022 bedroegen de totale bruto uitgaven voor natuur- en biodiversiteitsbeheer 1,6 miljard euro.

De waarde van ecosysteemdiensten geleverd door (semi)natuurlijke ecosystemen is meer dan zes keer hoger dan de totale daaraan gerelateerde milieu-uitgaven. De sociale en economische baten die we uit de natuur halen, zijn dus veel hoger dan de kosten voor het beheer en onderhoud van onze natuurlijke omgeving. De Natuurlijk kapitaalrekeningen maken de baten inzichtelijk die doorgaans niet zichtbaar zijn bij de analyse en evaluatie van de uitgaven voor het beheer van natuurgebieden.

Figuur 3.5.3 Baten ecosysteemdiensten, uitgaven natuurbeheer, 2022
DienstWaarde (miljoen euro)
Baten ecosysteemdiensten10057
Uitgaven voor natuur en landschapsbeheer1601

3.6 Waarde van ecosysteemdiensten en ecosysteemkwaliteit

Zoals besproken in hoofdstuk 2, representeren monetaire waarden slechts één bepaald aspect van de waarde van natuur, namelijk de sociaal-economische gebruikswaarde. Het is belangrijk om naast de monetaire gebruikswaarden ook andere waardenaspecten van ecosystemen te overwegen. Voorbeelden hiervan zijn de niet-gebruikswaarden en de intrinsieke waarde (natuur voor de natuur zelf). Deze waarden laten zich lastig rechtstreeks meten, maar een indirecte maat hiervoor wordt gevormd door ecosysteemkwaliteit. 

Ecosysteemkwaliteit verwijst naar de huidige staat en het functioneren van een bepaald ecosysteemtype. Dit wordt gemeten aan de hand van het voorkomen van bepaalde planten en dieren (en hun eigenschappen), bodem- en waterkenmerken, en de landschappelijke context, zoals ruimtelijke samenhang. 

Er bestaan verschillende benaderingen voor het bepalen van de ecosysteemkwaliteit. Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceert bijvoorbeeld een indicator die gerelateerd is aan het voorkomen van kenmerkende soorten broedvogels, dagvlinders en vaatplanten ten opzichte van een referentiesituatie (intacte ecosystemen)7). Vanuit het internationale SEEA raamwerk voor ecosysteemrekeningen kan een indicator worden afgeleid op basis van abiotische, biotische en landschapskenmerken (UN, 2021). De implementatie van deze indicator voor Nederland verkeert echter nog in de verkennende fase (CBS, 2024a).

In deze studie gebruiken we de Living Planet Index (LPI) als indicator voor ecosysteemkwaliteit en biodiversiteit. De LPI weerspiegelt de gemiddelde trend van vrijwel alle inheemse soorten broedvogels, reptielen, amfibieën, vlinders en libellen, evenals een aanzienlijk deel van de zoogdieren en zoetwatervissoorten, en is een van de belangrijkste indicatoren voor (veranderingen in) de biodiversiteit8)

De onderstaande figuur toont voor Nederland de verandering in de monetaire waarden voor het aanbod van ecosysteemdiensten (in constante prijzen) en de Living Planet Index (LPI) tussen 2013 en 2022.

De LPI nam in de periode 2013-2022 toe voor bossen en zoet water en moeras, maar daalde voor alle andere ecosysteemtypen. Als we naar de ontwikkeling van de monetaire waarden van ecosysteemdiensten, zien we dat de waarde van de geleverde ecosysteemdiensten overal toenam, terwijl de LPI voor veel ecosysteemtypen daalde.

Voor de meeste ecosysteemtypen betekent een toename in de levering van sociaal-economische baten dus niet dat de ecosysteemkwaliteit ook verbetert. In feite is het tegenovergestelde zichtbaar. Er bestaat dus een (gedeeltelijke) ontkoppeling tussen de ‘intrinsieke’ toestand van ecosystemen en variabelen die het aanbod en het gebruik van ecosysteemdiensten bepalen. Dit is voor een deel te verklaren doordat de levering van ecosysteemdiensten grotendeels vraagbepaald is. We zien bijvoorbeeld dat er meer mensen naar natuurgebieden komen voor recreatie, ondanks dat de ecosysteemkwaliteit van deze gebieden achteruitgaat. Ook kan een toename van de levering van een ecosysteemdienst direct ten koste gaan van de kwaliteit. Zo veroorzaken toerisme en recreatie in de natuur voor allerlei vormen van milieudruk, zoals verstoring van de planten en dieren. Deze resultaten maken nogmaals duidelijk dat de monetaire waarden geen conditie-indicatoren zijn, en dus ook niet als zodanig moeten worden geïnterpreteerd.

Figuur 3.6.1 Ontwikkeling LPI en baten ecosysteemdiensten
VARLiving planet index (Verandering 2013 - 2022 (%))Waarde diensten in constante prijzen (Verandering 2013 - 2022 (%))
Stedelijke omgeving-14,615,0
Agrarisch gebied-10,62,6
Duinen-10,8-0,3
Zoet water en moeras9,524,0
Heide en hoogveen-25,527,9
Bos9,417,8

3) Gebaseerd op de twaalf ecosysteemdiensten zoals deze op dit moment kunnen worden gemonitord en gewaardeerd door CBS en WUR.
4) In werkelijke prijzen, dat wil zeggen niet gecorrigeerd voor prijsveranderingen. Zie paragraaf 3.5 voor de ontwikkeling van de GEP in constante prijzen.
5) De verschillende oorzaken voor de verandering van de GEP zijn geanalyseerd met behulp van een decompositieanalyse, voor meer details zie CBS (2024b).
6) Niet meegenomen zijn uitgaven voor bodemsanering en grondwaterbeheer.
7) Compendium voor de Leefomgeving: Trends in kwaliteit van landnatuur en water, 1990-2022.
8) Compendium voor de Leefomgeving: Living Planet Index Nederland, 1990-2023.