Vijf jaar implementatie van de SDG’s in Nederland (2016-2020)

1. Inleiding

In mei 2016 is in een Kamerbrief een inventarisatie gemaakt van beleidsmaatregelen die bijdragen aan de realisering van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals-SDG’s). Hierbij werd opgemerkt dat het een levend document is, dat mogelijk aanvullingen en aanpassingen behoeft. Tevens werd in september 2016 een Plan van Aanpak inzake implementatie SDG’s gepresenteerd, waarin onder andere vermeld staat dat er eind 2020 een ‘evaluatie en bijstellingsmoment’ zal zijn. In september 2020 is het immers vijf jaar geleden dat de SDG’s in VN-verband zijn aangenomen. Dit biedt een mogelijkheid om na de eerste fase van de SDG-implementatie een tussenstand op te maken.

Het CBS is door het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd een bijdrage te leveren aan de evaluatie en bijstelling door het opstellen van deze 'reflectienota'. Het CBS heeft door de jaren heen grote expertise op het gebied van SDG-monitoring opgebouwd. Zo heeft het CBS als lid van de internationale Inter-Agency Expert Group for Measuring the Sustainable Development Goals (IAEG) een belangrijke rol gespeeld in het meetbaar maken van de targets zoals die in het kader van de SDG-agenda zijn geformuleerd. Daarnaast geldt Nederland als koploper in het monitoren van de SDG-indicatoren. Reeds in 2016 werd door het CBS een eerste SDG-rapportage gepresenteerd (Meten van SDG’s: een eerste beeld voor Nederland) waarin voor een groot aantal targets werd aangegeven of de trends in de gewenste richting gaan of niet. De jaarlijkse SDG-monitoring die het CBS sindsdien publiceert is in 2019 samengevoegd met de Monitor Brede Welvaart tot de Monitor Brede Welvaart & SDG’s (hierna ‘de Monitor’). Hierin wordt zowel gekeken naar de trend in Nederland als naar de positie van Nederland binnen de EU.

Het doel van deze reflectienota is in kaart te brengen waar Nederland staat na vijf jaar nationale SDG-implementatie, door de cijfers van het CBS en de geformuleerde beleidsdoelen per SDG-doel te presenteren. Het belang van goede monitoring en rapportage wordt onderstreept in het Plan van Aanpak inzake implementatie SDG’s dat in 2016 door het kabinet met de Tweede Kamer werd gedeeld. Daarnaast wijst het Plan van Aanpak ook op het belang van beleidsinventarisatie om goed in kaart te brengen op welke SDG-(sub)doelen Nederland beleid heeft geformuleerd. In 2016 maakte de Rijksoverheid daarvan een eerste inventarisatie. Ten behoeve van de evaluatie en bijstelling is deze inventarisatie door de ministeries geactualiseerd en met het CBS gedeeld ten behoeve van deze studie.

Deze reflectienota biedt inzicht hoe Nederland ervoor staat en welke beleidsdoelen op verschillende SDG’s zijn geformuleerd. Daarmee wordt de CBS-meting op basis van SDG-indicatoren naast de geformuleerde beleidsdoelen gelegd. De indicatoren die het CBS voor de periode 2012-2019 voor een groot aantal targets heeft gevolgd, laten zien voor welke targets Nederland zich al dan niet in de richting van de gestelde doelen ontwikkelt. De in deze rapportage gebruikte data sluiten aan bij de dataset van de Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals 2020 en de uitgebreidere SDG-rapportage van het CBS die eveneens in 2020 is gepubliceerd. Alle trends zijn berekend over de jaren 2012-2019. Meer informatie over de systematiek is opgenomen in Monitor Brede Welvaart & Sustainable Development Goals 2020: een toelichting.

De studie biedt daarnaast inzicht op het niveau van de subdoelen, de zogenaamde ‘targets’ van de SDG’s. Dit geeft een gedetailleerder beeld dan de geaggregeerde overzichten uit de Monitor. Het belang daarvan wordt duidelijk als men zich rekenschap geeft van de grote variëteit aan subdoelen onder de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen. Doordat ook de beleidsinzet op het niveau van subdoelen is geïnventariseerd, biedt deze studie een rijkdom aan informatie voor politici, beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en andere partijen op een grote hoeveelheid thema’s. Door de grote hoeveelheid is de informatie echter noodgedwongen summier en op hoofdlijnen opgeschreven, en dus niet uitputtend.

In het Plan van Aanpak wordt ook gewezen op de verbondenheid tussen de 17 SDG’s en subdoelen. Een uitdaging daarbij is het doorgronden van de dwarsverbanden tussen verschillende doelen en de effecten die zij potentieel op elkaar hebben. In deze studie biedt het CBS met behulp van een co-integratietest een eerste inzicht in de belangrijkste mogelijke afruilen en synergiën tussen de doelen in Nederland.

Leeswijzer

Na hoofdstuk 1 (Inleiding), en hoofdstuk 2 (Samenvatting) wordt in hoofdstuk 3 voor ieder van de 17 SDG’s eerst op basis van de SDG-indicatoren zoals die door het CBS zijn opgesteld, een stand van zaken gepresenteerd. Op grond hiervan kan worden bepaald voor welke SDG-targets een ontwikkeling in de richting van de 2030 doelen is ingezet. Tevens wordt daar waar mogelijk aangegeven hoe Nederland presteert in vergelijking met andere EU landen. In deze studie is niet gekeken naar de subdoelen die gelden als randvoorwaarden, ofwel ‘Means of Implementation’ (de zgn. a-b-c-doelen). Deels komen de implementatiemiddelen wel aan de orde in de meting en beleidsinventarisatie van SDG17.

Per SDG wordt na deze kwantitatieve analyse, een overzicht van het staand beleid gepresenteerd. Per target worden kort de beleidsdoelen gepresenteerd die in Nederland de laatste vijf jaar zijn geformuleerd of gecontinueerd. Hierdoor kan een indruk worden verkregen in hoeverre Nederland beleid heeft geformuleerd over de volle breedte van de SDG-agenda en hoe deze beleidsdoelen zich laten vergelijken met de door het CBS gebruikte indicatoren om voortgang te meten. Deze studie bevat echter nadrukkelijk geen evaluatie van de geïdentificeerde beleidsdoelen en kijkt niet naar de effecten van ingezet beleid.

 Hoofdstuk 4 ten slotte, zal een eerste blik bieden op hoe de verschillende onderdelen van de SDG-agenda zich tot elkaar verhouden. Naast de afruilen waarvan in een deel van de SDG-agenda sprake is (het proberen te behalen van één doel, kan nadelig zijn in het streven naar andere doelen), zijn er ook tal van mogelijke synergie-effecten in de agenda. Het meer systematisch identificeren van de zogenaamde “verknopingen” in beleidsdebatten is ook een wens die vanuit de Kennisondersteuning van de Tweede Kamer is geuit. Daar waar de Monitor Brede Welvaart & SDG’s een ontkokerde visie op brede welvaart en duurzaamheid wil presenteren, ligt het gevaar op de loer dat beleidsdiscussies uiteindelijk toch verengen tot een enkele SDG of subdoel. De gezamenlijke planbureaus komen begin dit jaar met hun plan van aanpak rondom brede welvaart en zij zullen ook nadrukkelijk aandacht gaan besteden aan de verknopingen.

Het CBS kijkt in dit rapport uitdrukkelijk alleen naar de trends voor de periode 2012-2019. Hierbij wordt overigens aangetekend dat alle reeksen de pre-Corona periode betreffen. Welke beleidsmaatregelen er nodig zouden zijn om naar de toekomst toe potentiële synergie-effecten te versterken of afruilen te ondervangen, is niet aan het CBS.

Belangrijk is te benadrukken dat de inventarisatie van beleid langs de lat van de SDG-doelen is aangeleverd door de departementen. Het CBS is behulpzaam geweest bij het verwerken van de grote hoeveelheid beleidsdocumenten om tot deze beschrijving van de beleidsinzet te komen. Daarna zijn deze teksten over beleid, door de departementen op juistheid gecontroleerd. Daarnaast heeft het CBS de Nederlandse score gelegd op basis van de eigen indicatorensets. Deze studie betreft dus geen evaluatie van beleid en beziet niet de effecten van beleid op de stand van zaken. Wel biedt de studie wellicht interessante inzichten voor nader onderzoek door bijvoorbeeld de Planbureaus. Deze zijn dan ook betrokken bij de studie via deelname aan een Klankbordgroep.

De focus van de inventarisatie lag op subdoelen met een nationale insteek en niet zozeer de Nederlandse internationale inzet (met uitzondering van enkele elementen van SDG 17 waar het CBS op meet). Dit omdat ook het Plan van Aanpak daarop is gericht.

Tot slot hebben de departementen aangegeven dat zij de belangrijkste beleidsstukken op verschillende SDG-targets hebben aangeleverd van de afgelopen vijf jaar. Dit is dus een overzicht van wat departementen aangemerkt hebben als het meest relevante beleid, niet van alle beleid. De terugblik op vijf jaar betekent dat op sommige punten ook beleid is meegenomen dat inmiddels is opgegaan in of vervangen door nieuw beleid, omdat het de afgelopen vijf jaar wel een bijdrage aan de betreffende SDG-doel heeft geleverd.